Uitspraken van de Boeddha

Tegenwoordig vinden we overal zogenaamde ‘uitspraken’ van de Boeddha die (deels) bedacht of (vrijelijk) geïnterpreteerd zijn door derden. Hieronder treft u daadwerkelijke Uitspraken van de Boeddha.

Atthamhi jātamhi sukhā sahāyā;
tuṭṭhī sukhā yā itarītarena;
puññaṃ sukhaṃ jīvitasaṅkhayamhi,
sabbassa dukkhassa sukhaṃ pahānaṃ.

Het is goed om vrienden te hebben wanneer de noodzaak zich voordoet;
het is goed tevreden te zijn met dat wat men heeft;
het is goed om verdienste te hebben aan het einde van het leven,
en het is goed al het leed achtergelaten te hebben.

Sabbo ādīpito loko,
sabbo loko padhūpito;
Sabbo pajjalito loko,
sabbo loko pakampito.

Akampitaṃ apajjalitaṃ,
aputhujjanasevitaṃ,
agati yattha mārassa —
tattha me nirato mano.

De hele wereld staat in vuur en vlam,
de hele wereld gaat op in rook;
de hele wereld staat in brand,
de hele wereld staat te trillen.
Maar dat wat niet trilt of brandt,
wat ervaren wordt door de Nobelen,
waar de dood geen toegang toe heeft –
daarin verheugt zich mijn denken.

Aññā hi lābhūpanisā,
aññā nibbānagāminī.
Evametaṃ abhiññāya,
bhikkhu buddhassa sāvako,
sakkāraṃ nābhinandeyya,
vivekamanubrūhaye.

Het verkrijgen van werelds voordeel is één queeste,
het pad naar Nibbāna is een andere.
Door dit helder te begrijpen,
laat de discipel van de Boeddha
zich niet meeslepen door werelds aanprijzen,
maar in plaats daarvan het niet hechten ontwikkelen.

Sabbe saṅkhārā aniccā.
Yadā paññāya passati,
atha nibbindati dukkhe;
esa maggo visuddhiyā.
Listen

Al wat is samengesteld is vergankelijk.
Wie dit met het juiste inzicht waarneemt,
ontdoet zich van (elke vorm van) leed;
dit is het Pad tot Zuiverheid.

Vacīpakopaṃ rakkheyya;
vācāya saṃvuto siyā.
Vacīduccaritaṃ hitvā,
vācāya sucaritaṃ care.
Listen

Voorkom prikkelbaarheid tijdens het spreken;
wees beheerst bij het spreken.
Geef verbaal wangedrag op
en beoefen goed gedrag in spraak.

Mattāsukhapariccāgā
passe ce vipulaṃ sukhaṃ,
caje mattāsukhaṃ dhīro,
sampassaṃ vipulaṃ sukhaṃ.

Als iemand door het opgeven van een kleiner geluk
een groter geluk kan verwerven,,
laat de wijze dan het kleinere opgeven,
ten voordele van het grotere.

Mātā yathā niyaṃ
puttamāyusā ekaputtamanurakkhe,
evampi sabbabhūtesu
mānasaṃ bhāvaye aparimāṇaṃ.

Gelijk een moeder haar eigen leven zou riskeren
om haar kind, haar enig kind te beschermen,
net zo zou iemand liefdevolle vriendelijkheid
moeten ontwikkelen tegenover al wat leeft.

Atītaṃ nānusocanti,
nappajappanti nāgataṃ,
paccuppannena yāpenti,
tena vaṇṇo pasīdati.

Ze klagen niet over het verleden,
ze verlangen niet naar wat nog moet komen,
ze houden zich bezig met het heden.
Daarom is hun uitstraling zo sereen.

Yo ca mettaṃ bhāvayati
Appamāṇaṃ paṭissato
Tanū saṃyojanā honti,
Passato upadhikkhayaṃ.

In iemand die met achtzaamheid
Onbegrensde liefdevolle vriendelijkheid ontwikkelt
En die het destructieve van gehechtheid inziet,
Slijten de bindingen weg.

Abhittharetha kalyāṇe;
pāpā cittaṃ nivāraye.
Dandhañhi karoto puññaṃ,
pāpasmiṃ ramatī mano.

Haast u om het goede te doen
weerhoudt uw denken van al het slechte.
Wie nalatig is in het verrichten van verdienstelijke daden,
diens denken verheugt zich in het slechte.

Attadīpā viharatha,
attasaraṇā;
anaññasaraṇā.
Dhammadīpā,
dhammasaraṇā;
anaññasaraṇā.

Wees een eiland voor uzelf,
wees uw eigen toevluchtsoord;
er is geen ander toevluchtsoord.
Laat de Dhamma uw eiland zijn,
laat de Dhamma uw toevluchtsoord zijn;
er is geen ander toevluchtsoord.

Paṇḍito sīlasampanno
jalaṃ aggīva bhāsati;
bhoge saṃharamānassa
bhamarasseva irīyato.

Wie deugdzaam en wijs is
straalt als een laaiend vuur;
gelijk een bij die nectar verzamelt
verkrijgt zo iemand rijkdom door niemand te kwetsen.

Attā hi attano nātho,
attā hi attano gati.
Tasmā saṃyamamattānaṃ
assaṃ bhadraṃva vāṇijo.

Wees uw eigen meester,
maak uw eigen toekomst.
Disciplineer uzelf daarom
zoals een paardenmenner een volbloed traint.

Paradukkhūpadhānena,
attano sukhamicchati
verasaṃsaggasaṃsaṭṭho,
verā so na parimuccati.

Verstrikt in de banden van haat
zal iemand die eigen geluk nastreeft,
door anderen pijn te doen,
nooit vrij zijn van haat.

Diso disaṃ yaṃ taṃ kayirā,
verī vā pana verinaṃ;
micchāpaṇihitaṃ cittaṃ
pāpiyo naṃ tato kare.

Wat een vijand een vijand ook kan aandoen,
of een tegenstander een tegenstander,
een slecht gericht denken
kan u nog veel meer schade berokkenen.

Dhammena saṃharitvāna,
uṭṭhānādhigataṃ dhanaṃ,
tappeti annapānena
sammā satte vanibbake.

Van de rijkdom die rechtvaardig is vergaard,
door iemands eigen inspanning verkregen,
deelt men eten en drinken
met hen die in nood zijn.

Sa vedagū,
Vūsitabrahmacariyo,
Lokantagū,
Pāragatoti vuccatī.

Wie een meester van kennis is,
Wie het heilige leven geleid heeft,
wordt ‘iemand die naar het einde van de wereld gegaan is’,
‘Iemand die de andere oever bereikt heeft’ genoemd.

Anatthajanano doso,
doso cittappakopano;
bhayamantarato jātaṃ
taṃ jano nāvabujjhati.

Haat brengt veel ongeluk voort,
haat verscheurt en schaadt het denken;
dit diep gewortelde angstaanjagende gevaar
begrijpen de meeste mensen niet.

Attanā hi kataṃ pāpaṃ, attanā saṃkilissati;
attanā akataṃ pāpaṃ, attanāva visujjhati.
Suddhī asuddhi paccattaṃ:
nāñño aññaṃ visodhaye.

Door het slechte te doen bezoedelt iemand zichzelf,
door het slechte te vermijden reinigt iemand zichzelf.
Zuiverheid en onzuiverheid hangt van iemand zelf af.
Niemand kan een ander zuiveren.

Yo ca mettaṃ bhāvayati
Appamāṇaṃ paṭissato
Tanū saṃyojanā honti,
Passato upadhikkhayaṃ.

In iemand die met achtzaamheid
onbegrensde liefdevolle vriendelijkheid ontwikkelt
waardoor gehechtheid vernietigd wordt,
slijten de bindingen weg.

Uitspraakregels voor Pāli woorden: de e en de o worden altijd uitgesproken als een open e en o; een diakritisch teken als - boven een klinker betekent dat die klinker lang wordt uitgesproken, zonder betekent kort uitspreken.